Category Archives: Uncategorized

Bijwoorden of Bijvoeglijk Naamwoord?

adverb_juffrouwengels

Adverbs or adjectives

Wanneer gebruik je een bijwoord of bijvoeglijk naamwoord?
1.          Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
             Vb.          A beautiful car. (“beautiful” zegt iets over “the car”.
             Een bijvoeglijk naamwoord gebruik je ook na vormen van de werkwoorden:
             be
             sound
             taste
             smell
             look
             feel
             Vb.          He looks beautiful. (“beautiful” zegt iets over “looks”.)
2.          Een bijwoord zegt iets over alle andere werkwoorden.
             Vb.          Madonna sings beautifully. (“beautifully” zegt iets over “sings”.)
 
             Een bijwoord zegt ook iets over een ander bijwoord.
             Vb.          She sings really beautifully. (“really” zegt iets over “beautifully”
                                                                            en “beautifully” over “sings”.)
Hoe maak je een bijwoord?
1.          Je zet achter het bijvoeglijk naamwoord ly.
             Vb.          wonderful — wonderfully
2.          Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op y dan wordt dit ily.
             Vb.          easy — easily
3.          Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op le dan wordt dit ly.
             Vb.          terrible — terribly
4.          Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op ic dan wordt dit ically.
5.          Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben geen aparte vorm voor het
             bijwoord.
             Vb.          fast — fast
                            long — long
                            hard — hard
6.          Onregelmatig.
             Vb.          good — well
Oefenen?

Leren met Woordkaartjes

flashcards

Waarom zou je je tijd verspillen met het leren van woorden die je al kent?

Hier is een manier om binnen een week in minimale tijd al je woordjes voor een SO of toets te leren.

1.  Maak kleine stukjes papier, zoals op de foto, en schrijf op de ene kant het Engelse woord (eventueel met tekening) en op de andere kant het Nederlandse woord.

2. Je hebt nu een flinke stapel en daar wil je graag vanaf!

3. Begin met kaartje 1. Hou de Nederlandse kant boven en bedenk of je het Engelse woord weet. Weet je het? Leg het kaartje dan op een aparte stapel (stapel 1). Weet je het antwoord niet? Niks aan de hand, lees het goede antwoord en leg het kaartje op een andere stapel (stapel 2)

4. Als je al je kaartjes hebt gehad heb je twee stapels over. Stapel 1 met woordjes die je al weet en stapel 2 met moeilijkere woordjes.

5. Pak nu stapel 2, de stapel met moeilijkere woordjes en ga ze nog een keer door. Weet je ze nu wel? Leg ze op de plek van stapel 2. Weet je ze nog niet? Geen punt, leg ze op een nieuwe stapel (stapel 3). 

6. Je hebt nu drie stapels, net als op het plaatje-

  •  Stapel 1: deze weet ik, deze zijn makkelijk
  • Stapel 2: deze wist ik na een keertje oefenen, maar zijn wat lastiger
  • Stapel 3: deze blijven lastig

7. Hoe nu verder? (en nu ga je tijd besparen!)  Ga de tijd die je besteed aan leren vooral aan stapel drie besteden. Bedenk hoe je ze kan onthouden (een tekening, iets geks erbij verzinnen, bedenken of je stukjes van het woord al kent). Stapel 2 kijk je af en toe nog eens door. Misschien zijn er wel woorden die weer bij stapel 1 kunnen of die juist naar stapel 3 moeten! Stapel 1 kijk je het minst vaak door, deze ken je namelijk het beste!

**Online woordkaartjes maken? Ik gebruik http://www.cram.com!

In het menu hierboven vind je alle woordkaartjes voor Stepping Stones (4th edition) 1BK en 1KT en 4K. Klassen 2,3 en 4B komen later!  Rechtermuisklik-> Openen en dubbelzijdig printen. Knip de kaartjes uit en je bent klaar!

Onregelmatige werkwoorden

irregular-verbs

Onregelmatige werkwoorden…Hoe makkelijk ik Engels ook probeer te maken: Onregelmatige werkwoorden zijn lastig! Je moet  ze uit je hoofd leren. In het Nederlands heb je ze ook. Je zegt toch ook niet: Ik loopte gisteren naar de supermarkt, of wij hebben een boterham ge-eet?  Ze leren kan dus prima!

Welke moet je kennen? Hier staat een lijst met 105 (!!) meest voorkomende.   Dat zijn er heel veel. Kijk ook in je boek (Stepping Stones: helemaal achterin), voor de onregelmatige werkwoorden die je moet kennen voor je toets.

Hoe begin je nou met leren?

Meezingen met onderstaande filmpjes! Dan blijven ze écht wel plakken.  Maak daarna ook de oefeningen die eronder staan.

Rappen

 

Max the Cat

Deel 2 / Deel 3 

Iets serieuzer (Luisteren en nazeggen!)

Deel 2 / Deel 3 / Deel 4/

Oefenen!

Engelse spelletjes in de klas- English games in class.

Niets leuker dan na het uitleggen, opdrachten maken, nakijken en toetsen ook iets leuks te doen in de les. Helemaal mooi als het dan ook nog iets met engels te maken heeft!

Wat zou je kunnen doen?

Ps. Ik hoor het graag als je nog meer ideeën hebt.  Ik zal deze post blijven bijwerken en ook op Juffrouw Engels zetten (niet alleen als blogpost).

– Engelse ‘wie is het’. Alle leerlingen gaan staan. Je neemt een leerling in gedachten en een voor een mogen de leerlingen een (engelse!) vraag stellen. Bv:  ‘is it a boy?’. Als het antwoord Ja is, gaan alle meiden zitten. Ook leuk om een leerling voor de klas te zetten!

– Stand up if you..  Maak zinnen die beginnen met stand up if you en vul de zin aan. Leerlingen staan op als ze zich aangesproken voelen. Bijvoorbeeld:

  •   Stand up if you came to school by bus this morning
  •  Stand up if you have more than two brothers or sisters
  • Stand up if you are wearing odd socks        

Gebruik, als het kan, de woorden die in de woordenlijst van je hoofdstuk voorkomen. Mocht het goed gaan of te makkelijk zijn, dan kun je in plaats van stand up if you ook variëren:  Raise your hand if you.., clap your hands if you ..

– Pictionary. Verdeel de klas in twee teams en maak kaartjes met de woorden van het hoofdstuk (alle woordkaartjes van Stepping Stones 4th edition zijn hier te printen). Laat de teams om en om een woord tekenen voor het eigen team of geef ieder team een of twee minuten om zoveel mogelijk woorden te raden.

– Galgje. Een klassieker, natuurlijk met woorden van het hoofdstuk. Perfect om het leerwerk te overhoren!

– Noughts and Crosses of Kamertje verhuren. Klassikaal Kruisje Rondje om de lesstof te overhoren. Verdeel de klas in twee teams en teken het boterkaaseneierenbord op je whiteboard of smartboard. Stel nu team 1 een vraag, hebben ze het antwoord goed, dan mogen ze een vakje van het bord vullen. Drie op een rij? Een punt voor het team! Ook leuk: laat de teams vragen stellen aan elkaar!

– Kamertje verhuren (Dots). Net als hierboven, maar dan met kamertje verhuren. Heb je een digibord of smartboard? Zet dan dit speelbord op je scherm.  Net zo makkelijk!

Engels verzamelen. Of het écht een spelletje is weet ik nog niet helemaal, maar het is wel superinteressant om leerlingen een dag/avond/middag lang AL het engels wat ze zien/horen/lezen op te schrijven, mee te nemen of te fotograferen. Denk aan whatsapp screenshots, het menu van de McDonald’s, de woorden die thuis worden gebruikt, een screenshot van de nieuwe Call of Duty etc. Mooi om daarna na te bespreken in de klas.

– Woordenrace.  Verdeel de klas in gelijke groepen en laat ze in een rij achter elkaar staan achterin de klas. Geef de voorste van de groep een stift/ smartboard pen.Schrijf een thema op het bord, denk aan kleuren, eten, landen, de woorden van dit hoofdstuk etc.  Als de tijd ingaat moet de voorste leerling naar voren rennen en zo snel mogelijk een engels woord schrijven wat bij het thema past. Gelukt? Terugrennen naar de groep, pen aan de volgende geven die ook weer een woord op het bord schrijft. Weet de leerling geen woord? Dan schrijft hij/zij een kruisje op het bord. Uiteindelijk wint het team dat binnen de afgesproken tijd de meeste woorden en minste kruisjes heeft.

  • Ook aan te passen door de leerlingen in 2 rijen te laten staan en steeds de voorste twee leerlingen naar je toe te laten komen. Je vraagt ze de engelse vertaling van een van de woorden die ze moesten leren. De leerling die het snelste het goede antwoord heeft krijgt een punt voor het team.  Je kan er dan voor kiezen om beide leerlingen weer achteraan aan te sluiten; of alleen degene die het woord wist; of juist om degene met het foute antwoord achteraan aan te laten sluiten.

– Zinnen maken.  Knip engelse woorden uit een tijdschrift/krant en plak ze op een vel papier of type ze in Word. Zorg ervoor dat je een goede balans hebt tussen woordsoorten. (makkelijker nog:  print deze.)  Verdeel de klas in groepen en geef ze ieder het vel met de woorden en papier om op te schrijven. Het team dat in de afgesproken tijd de meeste correcte zinnen kan maken wint!

– Landenopdracht. Schrijf net zoveel landen als je leerlingen hebt op een stukje papier en geef iedere leerling er een. Vertel vervolgens dat jullie op wereldreis gaan en vertel een verhaal  in het engels waarin je alle landen beschrijft. Als een leerling denkt dat zijn/haar land wordt beschreven steekt de leerling z’n hand op of gaat staan.

Cat – Dog game. Vertel de klas dat jullie in het engels tot 40 gaan tellen. Om de beurt zeggen de leerlingen een getal. Maar…iedere keer dat er een getal uit de tafel van 5 (5, 10, 15, 20, 25 etc) voorbij komt, zegt de leerling in plaats van het getal ‘CAT!’. Gaat die goed, dan kun je ervoor kiezen om bij bijvoorbeeld alle tientallen ‘DOG!’ te laten zeggen. Kan je klas erg goed rekenen dan kun je door met de originele versie: bij 5 ‘CAT!’ zeggen en bij alle vermenigvuldigingen van 7 ‘DOG!’; bij een vermenigvuldiging van 5 en 7 zegt de leerling ‘CATDOG’

– Paper airplanes. Zo in de derde of vierde klas begint het ineens vaak weer heel interessant worden om vliegtuigjes te vouwen. Inzetten in de les dus!  Verdeel de klas in gelijke teams in de hoeken van het lokaal. Zet in het midden van de klas een kartonnen doos. Laat ieder team in 5 minuten een aantal vliegtuigjes vouwen. Spreek met ze af dat er pas gegooid wordt bij een X aantal goede antwoorden. Begin dan de overhoring van de geleerde woordjes/zinnen.  Hebben ze het doel geraakt? 1 punt voor het team!

Word snake. Ook zo’n klassieker! Laat leerling om de beurt een engels woord zeggen. De volgende leerling zegt een woord dat met de laatste letter van het eerste woord begint. Bv: Like– eager- right.  Te makkelijk? Kies dan voor een thema als namen, steden, landen of eten.

– Bingo. Maak een aantal verschillende Bingokaarten met de geleerde woorden en deel ze uit. Omschrijf vervolgens de woorden. Bv: It’s grey and has a long trunk. Leerlingen kruisen de woorden af die ze denken te herkennen. Een foute Bingo betekent natuurlijk een liedje zingen/iets anders geks. Een goede Bingo wordt beloond met prijsjes!